VASTGELOPEN IN DIEP WATER!

 
Mijn eerste schip waar ik als 17-jarig broekie in augustus 1978 opstapte was de 4012 ton metende tanker Charlotte F. (gebouwd in Rupelmonde in 1974) Het was vroeg in '79 dat we in Antwerpen bij de Esso gelost hadden aan het Hansadok. Leeg naar buiten geschut door het "complex" Boudewijnsluis / van Cauwelaertsluis op weg naar Vlissingen om daar te laden bij Total in het Sloegebied.
 
Met het lege schip en een diepgang van amper 2 meter op de hak stond er voldoende water om het Nauw van Bath af te snijden en door de Schaar van de Noord te varen. We zaten met zijn allen in de stuurhut aan de koffie om een uur of 10 in de ochtend, toen we ineens met een schok stil kwamen te liggen. "Hoe is dat nou in Godsnaam mogelijk" hoorde ik de schipper zeggen, "er staat nog zat water onder volgens het echolood" De motor werd achteruit gestart en direkt liep het schip een eind achterwaarts. De kop werd met de boegschroef richting dieper water verlegd en we gingen weer vooruit, maar na enkele tientallen meters gebeurde er weer precies hetzelfde. "Ga jij eens achterop kijken" beet hij mij toe. Hoewel ik daar niet de reden van zag zei hij het op zo'n toon dat ik niet aarzelde. Op het achterdek was het een een grote rotzooi van losse roest en zag ik de ankerketting als een snaar recht achteruit staan, de hele lengte van ca 70 meter!!
Ik had in Antwerpen het achtertouw op de lier doorgedraaid en was na vertrek vergeten om de clutch van het ankerwerk weer in te schakelen, het schip trilde altijd als een achterlijke en voor de zekerheid stond de trommel altijd in zijn werk mocht de remband lostrillen .................. niet voor niks dus!
 
Dat ik hiervoor "vriendelijk" bedankt werd zal je wel begrijpen, en we gingen direkt aan de slag om het geheel binnen te draaien. Helaas was het blijkbaar zo hard aangekomen dat alle schalmen in de lengte uitgerekt waren en er niet één meer in de kettingschijf pastte. Ook wilden de schakels niet meer in elkaar scharnieren, het was 1 strak geheel geworden!!
Besloten werd om de roeiboot buitenboord te draaien, waar ik als schuldige in plaats mocht nemen. Met een sluiting probeerde ik zover mogelijk onder water (rond  februari, brrrrr) een dikke tros vast te zetten die dan op de trommel door het kluisgat werd binnengehaald, ondertussen de ketting met voorhamers in de kabelaring slaand en in de koker onderdeks meppend. Dan te borgen en het touw weer te laten zakken. Dit feest ging slechts met enkele meters per keer, dus na een poosje had ik het stervenskoud (stond ook nog een windje van kracht 5/6 en lag te schommelen bij het leven en continu tegen de kont te stoten) en afgelost werd ik ook al niet! Hoelang het allemaal geduurd heeft weet ik niet meer, maar een uurtje of 4 zeker. Wat was ik blij toen het anker eindelijk in beeld kwam.
 
Sterke drank was en is nog steeds normaal aan mij niet besteed maar op dat moment werd ik door een vieuxtje in de koffie toch weer een beetje opgewarmd.
 
met gepaste schaamte, maar wel weer een ervaring rijker,
Willem