KOEKJES.

We hebben passagiers deze reis, het is een oud directeur van de maatschappij met zijn vrouw.

Ze lopen al tegen de tachtig en vinden het prachtig aan boord van een modern containerschip.

Uiteraard hebben ze het vaak over de goede oude tijd en dat de veranderingen wel erg groot zijn aan boord van de schepen.

Iedereen loopt met ze weg en doet zijn best om ze een prettige reis te bezorgen.

De kok bakt zelfs koekjes om ’s middags bij de thee te serveren.

Met iedereen maken ze graag een praatje en tegen vijven zijn ze regelmatig in de bemanningsbar te vinden.

Vaak geven ze een drankje weg en het valt op dat de oude heer zijn gehoorapparaat een paar tandjes hoger zet om niets van de smeuïge verhalen die verteld worden te missen.

Als de kok even aan de bar verschijnt maakt mevrouw hem een compliment over de koekjes en vraagt het recept.

De kok loopt naar de kombuis en komt even later met een klompje deeg terug.

Omstandig begint hij het recept uit te leggen, dan tilt hij z’n T-shirt omhoog en slaat met het stukje deeg op zijn navel.

Kijk mevrouw zegt hij, zo vorm ik de koekjes en in het bobbeltje in het midden druk ik een amandel.

Dan loopt hij met kittige pasjes terug naar zijn kombuis, halverwege draait hij zich om en roept: Hoe ik kerstkransjes maak vertel ik later wel een keer ! ! !