Stad Haarlem 1939 (1942)

Door Leendert Don

Hoofdstuk 5

 

In October 1941, ik was net 17 jaar oud geworden op 7 october, vertrokken we uit Takoradi
met een lading manganese erts. Eerst nog konvooi maken in Freetown en toen begon de lange zeereis naar de haven van Workington aan de westkust van Engeland. We hadden toen nog geen flauw idee wat ons te wachten stond en dat we pas in Workington zouden aankomen om te lossen op 14 Maart 1942.
Het was nogal slecht en daar het schip tegen de wind in stoomde hadden we een groot aantal bunkers verbruikt. Meer dan gewoonlijk en als we doorstoomde naar Engeland dan maakte we de kans dat we niet voldoende bunkers aan boord hadden om de reis te voltooien. Na overleg met de hoodmachinist besloot de kapitein het konvooi te verlaten en naar de Azoren te stomen.
Arriveerden in de haven van Horta,op het eiland Faial, en daar werd gebunkerd. Dat was op 29 October en op 30 October vertrokken we naar Ponta Delgada op het eiland San Miguel.
Daar wachten op further orders.
Arriveerde daar op 31 October en we maakte vast in het midden van de haven, voor en achter,
op buoys. Bij aankomst had men de kapitein gerust gesteld en hem verzekerd dat er genoeg water
onder de kiel zat.
Gedurende de nacht van 2 November werd het nogal stormachtig met een sterke wind die uit
het Zuid Oosten kwam. De windkracht nam toe met het gevolg dat er hoge zeeŽn de haven binnen
kwamen rollen.. Zo iedere keer als het schip door die deining kwam dan konden we duidelijk horen
dat de kiel de bodem raakte. Grote klappen en dat ging zo de hele dag door, en ook s'nachts, en in de ochtend van 3 November zat het schip op de bodem. De ruimen stonden vol met water en in ruim vijf zagen we zelfs een paar vissen zwemmen. We waren gelukkig dat de waterdichte schotten niet bezweken waren en de machinekamer was ook intact gebleven. Verder stond het water maar een een zekere hoogte in de ruimen en aan dek was alles droog. Zo we konden aan boord blijven en alles kon gewoon doorgaan.
In 1941 was alles nog een soort primitief in Ponta Delgada en men kon dus geen grote dingen
verwachten wat betreft berging van het schip. Maar toch hebben ze aardig hun best gedaan met
de middelen die ze hadden.
Eerst moest begonnen worden om duikers te laten kijken wat er voor schade was onder water,
en dan zoveel mogelijk die schade te herstellen zodat men kon beginnen om het water uit de ruimen
te pompen. Dat hebben ze dan ook gedaan en toen moest de hele lading erts gelost worden voordat men kon beginnen om het schip zeewaardig te maken. Je kan begrijpen dat de middelen om een schip te lossen in Ponta Delgada, een schip wat niet voor de kant lag, niet groot waren. Althans niet in 1941. Die lading moest in bakken geladen worden en dan naar een grote opslagplaats aan de wal. Alles ging met een slakkengangetje en zo bleven we daar rustig liggen.
Portugal was z.g. neutraal en we konden gewoon post sturen naar Holland. Kregen ook post terug
en dat was erg belangrijk want we hadden geen verbinding gehad met de familie sinds Maart 1940.
Men kon ook niet zeggen dat het ongezellig was in Ponta Delgada, en vooral niet voor een jongen
van 17 jaar. De wijn was goedkoop en de meisjes waren heel mooi.
Inmiddels waren er nog een paar schepen in de haven binnengelopen en twee daar van waren
Fransen die elkaar hadden aangevaren in een konvooi. Bleven ook een aardige tijd binnen en
hadden het een beetje beter als wij want die waren aan die pier gemeerd.
Dan was er nog een Belg en een Engelsman die ook schade had opgelopen en zo hadden we een
aardig ploegje bij elkaar. In December waren we daar nog en werden we uitgenodigd door de
British Consul voor een Christmas party op het consulaat.. Dat was zeer aardig van hem
en voor ons een afleiding want het werd een beetje saai aan boord.
Toen de lading eenmaal gelost was kon men beginnen met tijdelijke reparatie en dat werd gedaan
door de hele bodem met cement te vullen. Moet een hele taak geweest zijn want er was natuurlijk
niet veel ruimte in de diep tanks. Toen ze daar klaar mee waren kon het erts weer geladen worden en dan eindelijk de reis voortgezet worden. Maar dat hele geval had vier maanden geduurd en op vier Maart vertrokken we naar Engeland.
Moet er nog even aan toevoegen dat ik het verhaal van het zinken van de Stad Haarlem
vertelde zoals ik mij dat kan herinneren. En dat is niet gemakkelijk na meer dan 60 jaar.Zo als ik iets overgeslagen heb dan moet je daar maar overeen kijken.
Op 14 Maart 1942 arriveerde we in de haven van Workington waar dan eindelijk de lading gelost
kon worden. Het lossen daar ging ook niet zo heel vlug want we vertrokken pas op 27 Maart
met bestemming het droogdok in Falmouth. Toen het schip eenmaal op de blokken zat hadden
we de gelegenheid om in het dok te gaan en onder de kiel te kijken. Nou toen je goed zien waarom
het schip geen schijn van kans had gehad tegen die rotsachtige bodem in Ponta Delgada.
Dat hele zootje zag er net uit als een accordion en men kon direct zien dat reparatie daar een lange
zou duren. Maar eerst moest al dat cement verwijderd worden. Enfin het heeft allemaal een lange
tijd geduurd en het werd 23 Augustus voordat we uit Falmouth vertrokken.
Ook zal men zich afvragen wat wij deden als we zolang in een haven waren. We gingen met verlof
en ik had een familie ontmoet in Swansea en daar ging ik dan op bezoek. Ik was daar net een van de familie en als kind in huis. Gebeurde met een hoop Nederlandse zeelieden die door een familie, jalaten we zeggen aangenomen waren. We waren altijd vol lof voor de burgers in Great Britain die
zoiets deden. Heb het ook nooit vergeten en ik kan zeggen dat ik na al die jaren me nog altijd
zeer thuis voel in dat land.
Ook waren we wel eens blootgesteld aan bombarderen als we met verlof gingen, en ook als we gewoon de wal op gingen. We waren in de haven van Avonmouth en wilden die avond naar Bristol
gaan. Moest je met de bus mee en het was een aardige rit. Nou een van de bemanning had een
vriendinnetje en die was conducteur op die bus die van Avonmouth naar Bristol ging. De mannen
waren oorlog aan het voeren en de vrouwen namen dus die taak over. Hij ging bijna iedere avond,
of als zij dienst had, met die bus mee en dan handjes houden in de donker. Nou die avond was ik
ook op de bus en toen we dicht bij Bristol kwamen werd het luchtalarm geblazen. Allemaal
de bus uit en de schuilkelder in. Dat is allemaal behalve mijnheer en zijn vriendinnetje want die
wilde nog even knuffelen. Kwam een politie agent bij te pas en die twee moesten ook de kelder
in. Maar goed ook want die avond werd Bristol flink te pakken genomen door de Duitsers.
Veel schade en we konden de volgende morgen pas terug.
In London was het ook wel eens gevaarlijk maar toen ik daar was in 1943 toen ging het wel.
Ik was naar London gestuurd om op een schip te wachten, was toen van de
Stad Haarlem afgegaan, en werd ingekwartierd in een soort pension, of guest house, in Gower Street niet ver van Tottenham Court Road. Dus we zaten midden in de stad en konden alles vandaar bereiken. Ben daar later nog wel eens gaan kijken en er was niet veel veranderd.
Over de reis die we maakten naar Noord Afrika in Januari 1943 heb ik al een verslag van ingestuurd, de "Stad Haarlem door het oog van de naald" en zelf zou ik het niet beter kunnen
vertellen. Dus we zullen nu stoppen met de "Stad Haarlem" en later nog terug komen op
andere schepen waar ik opgevaren heb in de oorlog.


Leendert Don

captndon@bellsouth.net