Hoofdstuk 12 (1950-1953)

 

In uniform en "gewapend" met een Nederlands paspoort ging ik dan richting Montreal. Maar voordat het zover was moest ik ook een brief ik mijn bezit hebben van de Amerikaanse emigratie bestemd voor de Canadian immigration en daarin voortzetten dat mij zouden toelaten in Amerika als er iets verkeerd ging in Montreal. B.v. als ik niet in het bezit kon komen van een visum. Ik kon dat niet begrijpen want ik was soldaat in het Amerikaanse leger en als ik in Canada had gebleven dan was ik een deserteur. Enfin, die brief had ik ook tegelijk met nog andere papieren die bestemd waren voor het consulaat in Montreal. Eerst een dag of wat rond gekeken in die hele mooie stad en toen naar het Amerikaanse Consulaat. Daar stonden ze even verbaasd te kijken toen ze mijn hele verhaal hoorden, maar alles was in orde en ik kreeg een visum gestempeld in mijn paspoort.
Zo ik was nu als het ware een Nederlandse emigrant die naar Amerika ging voor de eerste maal.
Erg ingewikkeld. Enfin, op 12 October 1952 ging ik terug de Amerikaanse grens over en was ik
eindelijk na al die jaren wettelijk het land binnen gekomen. Hoora

Een maand later kregen we, een stuk of tien van ons bataljon, orders om naar Korea te vertrekken.
Eerst een kort verlof en toen met vliegtuig naar Seattle in de staat Washington waar we ondergebracht
werden in een heel groot kamp met nog honderden die ook overseas gingen. Sommige hadden geluk en werden met een vliegtuig over gestuurd maar wij moesten wachten op een troepenschip.
Op deze route gebruikte ze de C-4 klas schepen en de namen begonnen allemaal met "Marine."
Ik werd ingescheept op de "Marine Lynx" en de verblijf-slaapplaatsen waren helemaal onder in het
schip met kooien 4 hoog. Dus als je eerste bunk had dan kon je verwachten dat de andere drie
die boven je slaapten met hun poten bij jou een eerste opstapje deden. Slecht weer bijna de gehele
overtocht en een hoop van die jongens waren zeeziek. Was je ook blij dat je s'ochtend een poosje
aan dek kon terwijl dat hele zootje beneden schoon gemaakt werd. We gingen eerst naar Yokohama
en vanwege het slechte weer hebben we daar 12 dagen over gedaan. Toen met de trein naar een kamp
in de buurt van Tokyo om daar je uitrusting te krijgen voor Korea en werd ook bekend gemaakt
waar je bij ingedeeld was. Toen weer terug op de "Marine Lynx" en zo staken we over naar Pusan
Korea. Het was inmiddels vreselijk koud geworden en die trein naar Seoul had geen verwarming
en de w.c. was een groot gat in de vloer dus als je moest pissen kwam die koude wind je tegemoet. Na een korte tijd was er geen gat meer maar nog alleen een blok geel ijs dat steeds groter werd. Welcome to Korea! Wij werden ingedeeld bij een bataljon dat was uitgerust met afweergeschut dat aangebracht was opeen M-19 tank en dat geschut bestond uit z.g. twin forties. Hadden een dubbele functie want ze konden niet alleen gebruikt worden voor luchtafweer geschut maar je kon ook
b.v. de infanterie steunen met z.g. rapid fire want de munitie kwam in een clip, ieder kanon, van vijf.


Ook was het mogelijk om je eigen snel te verplaatsen want die M-19 was uitgerust met twee Cadillac
motoren die natuurlijk benzine zopen. Nog een voordeel was dat als het koud was en het was vreselijk koud in de winter in Korea dan kon op je de grating, of traliewerk, van die motoren gaan zitten want die gaven heel wat hitte af. Het soldaten leven is niet gemakkelijk wat voor oorlog het ook is, maar Korea was iets aparts omdat het een onvriendelijk land was. Ja, de mensen waren niet
onvriendelijk maar het land zelf had niets aan te bieden want alles was bijna verwoesd. Vreselijke
armoede, en een groot aantal weeskinderen omdat er duizenden mensen waren omgekomen. Dan had je natuurlijk een groot aantal daklozen en alles bij elkaar was het een bonk ellende.

 

Ondanks dat had de Amerikaanse soldaat het woord humeur niet vergeten. Dat kwam naar voren toen we op zekere dag ergens op een heuvel zaten en we wat in de grond zaten te spitten om een
vuurtje aan te leggen zodat we ons rantsoen een beetje warm konden maken. Kwamen tot de ontdekking dat daar Chinezen begraven waren in z.g. "shallow graves", dus dicht bij de oppervlakte, en dat gedeelte werd gelijk genoemd "skull orchard" of schedel boomgaard en we gingen rustig door
met ons vuurtje stoken.



Het bataljon waar ik bij was had ook deelgenomen aan de amphibious landing bij Inchon en heel wat meegemaakt voordat wij kwamen. Later werden we belast met de verdediging van een vliegveld en dat was ook niets om naar huis te schrijven. Erg saai want er was in zekere zin niets te verdedigen omdat er weinig luchtaanvallen kwamen. Ook waren we ondergebracht in een tent en zaten ver verspreid van het hoofdkwartier en van de andere eenheden.
Dus helemaal zelfstandig en alleen verbinding met telefoon. Zo het eten, niet veel bijzonders, moest met een jeep aangevoerd worden en tegen de tijd dat het bij ons aankwam was het koud. Of bijna
zo. In Amerika had ik geen auto en ook geen rijbewijs maar in 1953 werd ik "driver" of bestuurder van de M-19 en ja daar krijg je ook van het leger een speciaal rijbewijs voor. Zo als iemand vraagt kan je je eerste auto herinneren dan moet het antwoord zijn: ja een M-19 tank.
We gingen af en toe op stap met de hele troep en maakte een aardig ritje naar het strand van Inchon waar we dan gingen oefenen. En aardig uitstapje en het bracht ons een beetje vertier. En ik kon ook
mijn bekwaamheid als bestuurder laten zien.


In Juli 1953 stond er plotseling een jeep voor onze tent en werd mij verteld "pack your bag you are
going home." Hadden ze eerst wel even kunnen vertellen via de telefoon want dan had ik fatsoenlijk
afscheid kunnen nemen van die andere jongens.Nu echter was het haast en binnen korte tijd zat
ik in de jeep en gingen richting Seoul.

Achteraf bekeken mocht ik niet klagen want er waren duizenden jonge jongens gesneuveld of vermist en ik was er weer heelhuids doorgekomen. Ik gebruik het woord weer omdat ik in detweede wereldoorlog ook zeer gelukkig ben geweest. Enfin mijn tour in Korea was bijna achter de rug. Van Seoul ging ik met nog honderden andere jongens op de trein terug naar Pusan voor de overtocht naar Amerika. Ook was de trein een stuk beter als voorheen en had nu zitplaatsen en een fatsoenlijke w.c. Wat een weelde. In het kamp in Pusan werden we eerst flink "gereinigd" en alles ,wat kleren betrefd, van ons afgenomen. Kregen een hele nieuwe uitrusting en ook voor het eerst in een lange tijd een fatsoenlijke maaltijd. Na een korte tijd gingen we aan boord van het schip om de terugreis te aanvaarden en was het "Good bye Korea." Het schip was weer zo'n C-4 en deze maal kwamen we op de "Marine Phoenix." Maar nu was de stemmimg, en het weer veel beter beter en de overtocht ging ook heel vlot. De bestemming was weer Seattle en toen we daar aan kwamen werden we ontvangen met muziek enz. Heel feestelijk. Een paar dagen in het kamp aldaar en toen een lange reis met een speciale trein, inclusief slaapwagens, naar de Oostkust van Amerika. Hebben we wel enkele dagen over gedaan want een gewone trein had voorrang en we moesten dan wel eens een poosje blijven staan op een of ander zijspoor. Zo eindelijk kwamen we in New Jersey niet ver van het kamp waar mijn soldaten leven begonnen was. Ik had eerst, een lange tijd daarvoor, nog wel eens gedacht om beroepssoldaat te worden maar sinds Korea was ik daar van afgestapt en wilde zo vlug mogelijk burger worden. In dat kamp zouden de meesten van die jongens bij een of ander regiment of bataljon komen maar ik had nog maar een korte tijd te dienen en werd vrijwel alleen gelaten. Toen kwam de grote dag, 4 September 1953, dat ik mijn discharge kreeg van de U.S.Army en had ik in dienst gestaan 2 jaar 11 maanden en 20 dagen.



Leendert Don

captndon@bellsouth.net