OOST WEST 2  

 

Ging het in de vorige aflevering over de gekte tijdens de  koudeoorlog  over het westen, deze keer gaat het over de gekte in het Oosten.

De Ubbergen , de paardenboot , maakte wekelijks de rit Amsterdam-Klaipeda. Klaipeda was en is een belangrijke marine haven. Dus de eerder genoemde Hr. Zweers kwam ook een bezoekje bij ons brengen aan de Borneokade alwaar de paarden wekelijks gelost werden. Het zou in het belang van de staat zijn om eens goed rond te kijken en eventueel wat fotootjes te maken daar in het Oosten. Een prachtig klein fototoestelletje kon ik krijgen, een wereld ding kon je zelf ook nog leuke fotootjes schieten. Schuiven niets dus. Alleen al het in bezit hebben van een camera was in Klaipeda ongeveer gelijk aan een enkele reis SiberiŽ.  De Hr. Zweers werd vriendelijk verzocht om heel snel via de paardengangway enkele reis Borneokade te boeken en wel bij reisbureau Never Come Back.

Enkele weken later lagen we in Klaipeda te wachten op onze paarden, die waren er niet, het duurde een week voordat ze er wel waren. Een van de eerste dagen kwamen we op het onzalige idee, uiteraard na een enkel borreltje, om met de werkboot naar de overkant te gaan . Daar was een mooi strand op het schiereiland en toevallig net noord van de Marine basis. Zo gezegd zo gedaan, uiteraard duurde dat niet lang. Binnen een half uurtje was daar een marine opperhoofd, MEE, het werkbootje werd achter een MTB weggesleept, ons werkbootje had nog nooit zoveel knopen gelopen, je zag  haar zowat lachen.

Op de marine basis hadden we heel wat uit te leggen . Onze Ouwe die zijn gebit verloren was op het strand, moest echter nog terug, maak ze dat maar eens wijs. Om een lang verhaal kort te maken, kon een en ander geregeld worden, nadat er het een en ander over tafel gegaan was.

Bleef de ellende dat er geen paarden waren, iets wat zeer ongebruikelijk was. Maar eens bellen naar Nederland, maar hoe?

GSMtjes waren er nog niet en de telefoon bij de agent werkte niet, de telex was ook ziek. Enkele dagen brachten wij regelmatig een bezoek op het kantoor van de Agent.

Eindelijk was het zover, op kantoor gekomen werd ons verteld dat we over een uurtje konden bellen,misschien wel eerder.

Dan maar ter plaatse wachten. Nieuwsgierig als ik was,opende ik op een onbewaakt moment een laatje van een kast, onze Ouwe lette wel even op. Wat schetste mijn verbazing: Een dikke map Ubbergen,toch maar even kijken en ja wel hoor van ieder bemanningslid een dossier met foto van zijn huis,gezinssamenstelling en  nog meer flauwekul.

Dus niet wij waren aan het fotograferen geweest maar een Russische of wie weet Nederlandse afgezant van Zweertskie.

De terugreis naar Amsterdam werd gekenmerkt door het spraakgebrek van onze Ouwe,zijn gebit ligt nog steeds te zonnen op het strand van Klaipeda.

Bij aankomst Amsterdam , hadden we heel wat uit te leggen. De grootste krant van Nederland had er een stukje voorpagina aan gewijd, in de trant van Hollandse Zeelui opgepakt wegens spionage in U.S.S.R. Een pracht van een kwats verhaal dus.

Niemand was hier blij mee, maar de Hr Zweers heb ik nooit meer gezien.

 

H.Pieterse